Dag 111: Zoet, zoeter, zoetst

Eten is heel belangrijk voor de mensen hier. Men eet vaak, men eet veel en men eet zoet. Heel zoet.
De hele dag door wordt hier gesnoept en gesnaaid dat het een lieve lust is. Ontelbare eettentjes voorzien de hongerige Taiwanese medemens meerdere keren per dag op de meest onlogische tijden van kleine snacks tot uitgebreide maaltijden en ieder kraampje of tentje heeft zijn eigen specialiteit.
De Taiwanese keuken is goed, heel goed. En zoet. Aan bijna alles wat eetbaar is wordt heel veel suiker toegevoegd. Aan de soep, aan de rijst, aan de groentes en natuurlijk ook aan de sauzen en marinades. Zelfs de friet, gemaakt van zoete aardappelen, wordt bestrooid met een mengsel van zout en zoet. Kortom, Taiwan is een paradijs voor zoetekauwen.
Je zou verwachten dat deze zoete veelvraten waarde hechten aan een rustige, lange en gezellige maaltijd. Dus niet. Men komt een restaurant binnen, gaat zitten, besteld en vertrekt wanneer de laatste hap nog maar net is doorgeslikt.
Natafelen met een kop koffie of een goed glas wijn is hier ongewoon.
Naast het nuttigen van ontelbare zoete maaltijden en hapjes drinken ze liters mierzoete koude thee, koffie of extra gezoet vers vruchtensap. Frisdrank wordt hier weinig verkocht en light-dranken verkopen ze eigenlijk alleen in de supermarkt.
Het kan niet anders dan dat je hier als tandarts op een goudmijn zit.

En terwijl ik deze middag thee drink met twee bijzondere mensen van hier vragen ze al kauwend naar onze eetgewoontes. Ik leg uit dat wij in Nederland wel van zoet houden, maar ook van hartig. En dat we maar één keer per dag warm eten. Dat we de dag beginnen met een boterham of cornflakes en dat we van huis uit niet gewend zijn om rijst te eten, maar aardappelen, groente en een stukje vlees. Ze kijken bezorgd en vinden het raar. Drie keer per dag een maaltijd, waarvan één warm vinden ze erg weinig en ze vragen zich af of we geen honger hebben.
Ik vertel dat ik er niet aan moet denken om ’s morgens al warm te moeten eten, laat staan te koken en nee dat is niet alleen omdat ik een bloedhekel heb aan koken. Etensluchten op een nuchtere maag zijn gewoon niet zo mijn ding.
Ik leg uit dat hoewel we niet zijn opgegroeid met rijst, je in Nederland wel gewoon rijst kan eten.
En terwijl we onze eetgewoontes uitwisselen komt uiteindelijk ook dat onderwerp waar heel veel vrouwen gevoelig voor zijn aan bod. De weegschaal. En we komen tot de conclusie dat oost en west weliswaar twee totaal verschillende culturen zijn maar dat we wat betreft onze lijn erg eensgezind zijn. Hoog tijd voor een heerlijke klaagronde over het altijd en eeuwige onaangename getal dat de weegschaal aangeeft. Ik moet wel zeggen dat ik in tegenstelling tot mijn gesprekspartners de enige ben die recht heeft van klagen, want de beide dames vinden zichzelf misschien dik, maar ik zie alleen maar twee slanke, ranke, mooie meiden.
Wat een luxe probleem eigenlijk, een buikje. Misschien zouden we daar toch met zijn allen iets vaker bij stil moeten staan. Want al kan ik de weegschaal niet uitstaan. Ik hoef me nooit geen zorgen te maken over het feit dat ik vandaag misschien geen geld heb om eten te kunnen kopen of dat ik door voedselschaarste mijn gezin geen eten zou kunnen geven. Ieder nadeel heb inderdaad zijn voordeel. Wat een rijkdom.